Nathan Coley - Bring Back the Ballast
27 januari 2009
'Er liggen er hier twee in mijn atelier, de ene baksteen is wat groter dan de andere', vertelt de Britse kunstenaar Nathan Coley (1967, Glasgow) enthousiast en vol ontzag. Hij refereert aan de Hollandse IJsselstenen die een belangrijke rol spelen in het kunstwerk Bringing Back the Ballast dat hij realiseert in het kader van de percentageregeling voor rijksgebouwen in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. In het museum wordt momenteel gebroken en gebouwd. Het Hollands classicistische pand, dat in de zeventiende eeuw door Daniël Stalpaert is ontworpen, wordt aangepast aan de hedendaagse eisen
Voor de kunstenaar Coley fungeert de baksteen, waaruit de oorspronkelijke, solide, later bepleisterde muren van het museum zijn opgetrokken, niet slechts als een bouwmateriaal. Maar ook niet enkel en alleen als een onderdeel van een sculptuur, een manier waarop het door kunstenaars uit de jaren zestig van de vorige eeuw wel werd gebruikt. Hij noemt de baksteen 'eigenlijk bijna niets'. Wat bedoelt hij daarmee? En hoe kan het gebeuren dat deze, volgens Coley, ongrijpbare steen zo'n uitzonderlijke positie in Bringing Back the Ballast krijgt toegedicht?

Coley raakte geïntrigeerd door de ijsselstenen toen hij voor het kunstproject onderzoek deed naar de geschiedenis van het museum. Het Scheepvaartmuseum is gehuisvest in wat vroeger dienst deed als " 's Lands Zeemagazijn". Er lag materieel voor de schepen, als tuigage en kanonnen opgeslagen, maar ook in reservoirs opgevangen regenwater dat als drinkwater werd gebruikt door de zeelui op reis. De schepen van de Verenigde Oost- en, met name, Westindische Compagnie vervoerden slaven. Vaker wordt in de geschiedenisboeken vermeld dat de vaarders terugkeerden van de koloniën met koffie en thee, zijde en kruiden. Door middel van deze bloeiende handel in exotische producten droegen ze destijds belangrijke mate bij aan wat nu bekend staat als de Gouden Eeuw.
Nathan Coley stuitte op het historische gegeven dat de schepen op de heenweg van hun reizen beladen waren met stenen. 'Stel je voor', zo legt hij zijn fascinatie voor zijn ontdekking uit, 'aanvankelijk is de steen bedoeld om te bouwen, als een constructief onderdeel in een grotere architectonische structuur. Maar op de zeventiende-eeuwse reizen werden ze meegenomen vanwege hun gewicht. Ze betekenden niets, waren slechts ballast voor de schepen die zonder hen te licht zouden zijn. Aan het andere einde van de wereld werd deze functionele vracht weer gelost. In Suriname, Indonesië bouwde men er huizen en christelijke kerken, kortom opnieuw structuren mee. De steen veranderde van 'iets' in 'niets', om vervolgens weer 'iets' te worden. Het is onmogelijk geïsoleerd te kijken naar de steen.'
Voor Coley transformeerde de ijsselsteen in een metafoor voor de wijze waarop werd, én wordt omgegaan met zeventiende-eeuwse reizen naar de Oost en naar de West. Vooral in latere tijden bleken de heroïsche tochten voor verschillende uitleg vatbaar. Tegelijkertijd is het de vraag in welke mate ze hebben beïnvloed wat nu de Nederlandse identiteit heet te zijn. Dit laatste aspect is wat Coley interesseert. Hij acht zich niet in de positie een uitspraak over het onderwerp te doen, evenwel, zo benadrukt hij desgevraagd. 'Ik heb er wel een mening over, maar die doet er hier niet toe. In mijn werk wil ik vragen opwerpen, een discussie genereren.' 'Kunst maakt zichtbaar, maar geeft geen uitsluitsel,' zo schrijft Tanja Karreman die namens het Atelier Rijksbouwmeester Bringing Back the Ballast begeleidt.
'De steen is een door mensenhanden gefabriceerd object. Alleen daarom al voel ik me ermee verwant. Ook ik maak objecten,' aldus Coley. Maar niet alleen het verhaal van de maker is aan die schijnbaar simpele steen impliciet. In de gedaante van de stenen zijn grote geschiedenissen en kleinere anecdotes over de wereld verspreid. Coley verzamelt deze bestaande rapporten en betogen. Voor Bringing Back the Ballast wil hij de stenen verschepen naar waar vandaan ze ooit vertrokken zijn: 's Lands Zeemagazijn, het huidige Scheepvaartmuseum, in de haven van Amsterdam.
'Dit klinkt eenvoudig, maar is het allerminst', vertelt Tanja Karreman. 'De stenen zijn vaak verwerkt in forten en paleizen. Ze maken nu alweer zo'n 400 jaar deel uit van een andere cultuur. We raakten aan politiek gevoelige kwesties door ze te willen recupereren. Coley's project kan gemakkelijk worden uitgelegd als een Wiedergutmachung van het koloniale verleden, maar ook andersom worden geïnterpreteerd. Met aanbevelingsbrieven van Wim Eggenkamp, rijksadviseur voor het cultureel erfgoed, Job Cohen, burgemeester van Amsterdam en minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de maak, waarin de goede bedoelingen van Bringing Back the Ballast worden geformuleerd, onderhandelen we met verschillende ambassades. Door middel van een constructie die voorziet in een langdurige bruikleen van de stenen, komen we tot overeenkomsten.'

Maar voordat het diplomatieke overleg startte, stuitte Coley op een ander probleem: het localiseren van de karakteristieke ijsselsteentjes. Dit bleek zo moeilijk, dat zijn project lange tijd niet van de grond leek te komen. Door de hulp van het Rotterdamse bedrijf 'Enter the Mothership', dat kunstenaars ondersteunt in de productie van hun werken, kwam er schot in de zaak. 'We voelden ons net Sherlock Holmes, vertelt Jeroen Everaert van Enter the Mothership. 'Via opa's en oma's, bedrijven, oranjeverenigingen, coinhunters, amateurarcheologen en andere hobbyisten kwamen we de specifieke stenen op het spoor. Allereerst was het de vraag of we de goede stenen hadden gevonden, vervolgens of de bakstenen niet in gebouwen waren gebruikt. Uiteindelijk hielden we vier locaties over waarvan we de stenen mochten gebruiken: Jakarta (Indonesië), Perth (Australië) waar zich de opgedoken resten van een scheepswrak bevinden, Paramaribo (Suriname) en Sint Eustacius.'
Met deze stenen zal Coley uiteindelijk een muur bouwen in een van de trappenhuizen van het Scheepvaartmuseum. 'Het zal geen dragende constructie worden die geëntegreerd is in de architectuur', zo vertelt hij, 'noch een kunstwerk dat een vanzelfsprekend onderdeel zal vormen van de museumcollectie. Het project kan zich als een groot en indrukwekkend object manifesteren, maar ook als een bescheiden sculptuur.' De onzekere uitkomst van het kunstwerk wordt bepaald door wat Coley tijdens zijn onderzoek aantreft. Hiermee doelt hij niet alleen op de stenen, maar ook op de discussies.
Coley noemt het proces voorafgaand aan de realisatie van de muur het eigenlijke kunstwerk. De periode waarin een gebouw wordt geëdentificeerd en ontmanteld, waarin gesprekken en onderhandelingen plaatsvinden, waarin prangende persoonlijke, artistieke of politieke vragen worden gesteld, en twijfels worden geuit, waarin kunstenaar en architect, kunstadviseur en museumdirecteur aan een tafel zitten, al die momenten zijn van essentieel belang, zo onderstrepen Coley zowel als Karreman. 'Alleen al de vraag naar de wijze waarop de stenen worden getransporteerd is interessant', zo zegt Coley. 'Denk je het verschil in in goederenvervoer, tussen toen en nu!' Worden alle vragen zorgvuldig gesteld en weloverwogen behandeld, dan wordt, zo benadrukt Coley, het fascinerende verhaal van de Nederlandse geschiedenis inzichtelijk, ook voor wie naderhand het museum bezoekt. 'Het is belangrijk dat dit verhaal op een intelligente manier wordt verteld.'
Als voorbeeld herinnert hij aan de tentoonstelling 'Helden? Hoezo?' (2001), waarin de aandacht werd gevestigd op de anonieme zeeman. Het zijn niet alleen de tot de verbeelding sprekende zeebonken als Piet Heyn en Michiel de Ruyter die geschiedenis schrijven, zo stelde het museum. 'Wij willen mensen laten nadenken over het verleden, zoals over de slavernij, en een ander perspectief bieden op een gebeurtenis', zegt Van Wijk. 'In die zin past het kunstwerk van Coley, waarin hij op een uiterst gevoelige en fijnzinnige manier deze moeilijke onderwerpen aansnijdt, binnen de opzet van het museum.'
Nee, Van Wijk is niet bang dat bezoekers aanstoot nemen aan Bringing Back the Ballast . Coley zélf hoopt dat Bringing Back the Ballast eerder een poëtisch dan een politiek werk zal zijn. Hij vermoedt dat de toekomstige toeschouwers op uiteenlopende wijzen zullen reageren op zijn project. De diverse reacties ziet hij als een echo van de verscheidenheid aan plaatsen waar de stenen vandaan gekomen zijn.

